Universiteit Utrecht

English versionUniversiteit Utrecht

De Universiteit Utrecht is een researchuniversiteit, met zeven faculteiten die gezamenlijk het hele wetenschappelijke spectrum van onderzoek en onderwijs bestrijken. De Universiteit Utrecht biedt 45 bacheloropleidingen en 169 masterprogramma´s, waarvan een groot deel Engelstalig. De universiteit telt 30.344 studenten en 7.500 medewerkers. De Shanghai-ranglijst plaatst de Universiteit Utrecht op nummer één in Nederland, op nummer twaalf in Europa en in de wereld op nummer 48. Binnen de Universiteit Utrecht vindt veel duurzaamheidsonderzoek plaats bij de faculteiten Geowetenschappen en Bètawetenschappen.

Cluster 1

Speerpunten op het gebied van energieonderzoek bij de UU zijn:

  • Onderzoek naar implementatieversnelling van energiebesparing en duurzame energietechnologie, zoals zonne- en windenergie, energie uit aardwarmte, biomassa en waterstof, duurzame mobiliteit, duurzame daken en smart grids;
  • Bestudering, modellering en beïnvloeding van gebruikersgedrag via beleid, financieringsvormen en regelgeving;
  • Bodemenergiesystemen, warmte- en koudeopslag in combinatie met bodemsanering, mogelijkheden van diepe geothermie;
  • Nieuwe functionele nanomaterialen voor katalyse, waterstofopslag en zonne-energie, onmisbaar voor een duurzame energieproductie; dit via programma’s die zich richten op de ontwikkeling en implementatie van nieuwe technologieën voor duurzame energieproductie door derde generatie zonnecellen (JSP) en waterstof- en CO2-opslag (CATO).

Cluster 2

Speerpunten van het klimaatadaptatie onderzoek bij de UU zijn:

  • Analyse en modellering van grond- en oppervlaktewaterstromen, beschikbaarheid van water, bodem- en waterkwaliteit, bodemverzakking, en de effecten op ecosystemen en milieukwaliteit; ecofysiologische aanpassingsstrategieën van planten aan te natte groeiomstandigheden wegens overstromingen;
  • De rol van oceaancirculatie in het klimaatsysteem, de wijzigingen in chemisch samenstelling van de atmosfeer en de rol van atmosferische chemie in het klimaatsysteem, de respons van het kustsysteem (waterbeweging, sedimenttransport, patroonformatie) op veranderingen door menselijk handelen, de interactie tussen landijs en het klimaat op aarde;
  • Beleids- en rechtswetenschappelijke aspecten van klimaatadaptatie, met focus op omgevingsrecht (waterrecht, milieurecht, ruimtelijk ordeningsrecht en natuurbeschermingsrecht).

Cluster 3

Speerpunten in het onderzoek naar grondstoffen bij de UU zijn:

  • Organische chemie en katalyse: ontwikkeling van nieuwe homogene katalysatoren voor selectieve en efficiënte organische reacties voor toepassing in de organische synthese en bij productie van bulk- en fijnchemicaliën. Naast nieuwe overgangsmetaalcomplexen als kandidaat voor nieuwe katalysatoren worden verschillende verankeringsmethoden onderzocht om hergebruik van homogene katalysatoren te bevorderen. Veel projecten beogen de omzetting van chemische entiteiten verkregen uit biomassa in nuttige chemicaliën zoals de omzetting van bio-alcoholen naar olefines.
  • Anorganische chemie en katalyse: onderzoek naar productie van hernieuwbare bulkchemicaliën en energiedragers, vooral gericht op ontwikkeling en bestudering van heterogene katalysatoren voor selectieve omzetting van biomassa. Projecten omvatten typisch de synthese, uitgebreide karakterisering en het testen van de katalysatoren (vaste zuren, basen, gedragen metaalkatalysatoren). De stabiliteit van de katalysator onder de veeleisende polaire, waterige reactie-omstandigheden typisch voor biomassaconversie krijgt speciale aandacht. Een deel van de projecten focust op nieuwe routes voor omzetting van zgn. hernieuwbare platformmoleculen (suikers, polyolen, ethanol, glycerol, etc) tot waardevolle bulk- en fijnchemicaliën. Daarnaast wordt gewerkt aan directe omzetting van recalcitrante biomassastromen zoals lignine.

Cluster 4

Speerpunten in het onderzoek naar benutting van de ondergrond bij de UU zijn:

  • Fysisch-geografische studies naar de natuurlijke processen aan het oppervlak (erosie, sedimentatie, stroming) en in de ondergrond (grondwater, bodemvorming), in samenhang met het omliggende landschap. Deze kennis wordt toegepast in verstedelijkte gebieden, natuurlijke gebieden en gebieden in agrarisch gebruik, veelal op regionale schaal. Bijvoorbeeld in stroomgebieden van grotere rivieren zoals de Rijn, in kustgebieden zoals langs de Noordzee, maar ook in tropische delta’s en erosiegevoelige gebieden zoals mediterraan ZW Frankrijk en Kenia/Tanzania.
  • Kennis over de hydrologische en geologische gesteldheid van Nederland en andere gebieden in de wereld in haar huidige staat, inclusief de menselijke invloeden op het landschap. Aanvullend hierop is de kennis over hydrologische en geologische veranderingen van Nederland en andere gebieden in de wereld, onder de actuele omstandigheid van (i) toenemende bevolking, verstedelijking en veranderend landgebruik (‘global change’), (ii) klimaatverandering en (iii) zeespiegelstijging.