Technische innovatie en samenwerkend netwerk basis voor circulaire gevelindustrie

De gevelbranche wil hoogwaardig hergebruik en circulair ontwerp van aluminiumgevels in Nederland stimuleren en daarmee een belangrijke bijdrage leveren aan het verduurzamen van gebouwen. De ambitie: volledig circulair vanaf de bron naar (producther)gebruik en met een sluitende business case. Tijdens het Circular Economy Lab op donderdag 16 juni werd concreet naar oplossingen en vervolgstappen gezocht om de voorzieningszekerheid van aluminium en andere metalen in Nederland te vergroten en om de circulaire economie voor de gevelindustrie echt van de grond te krijgen. Innovatieve samenwerkingsverbanden waarbij opdrachtgevers gedurende het hele proces betrokken zijn en technologische ontwikkelingen om sortering en opwaardering te verbeteren zijn de sleutel tot succes, was de conclusie.

Live uitzending

Deze debatavond vond plaats in het Academiegebouw in Utrecht en werd georganiseerd door VMRG (Vereniging Metalen Ramen en Gevelbranche), Stichting AluEco en USI (Utrecht Sustainability Institute).

Rachel Carson Milieuscriptieprijs 2016: DEADLINE 15 juli

Wat is de Rachel Carson Scriptieprijs?
De prijs is een initiatief van de VVM, netwerk vanmilieuprofessionals en een aantal milieu­studieverenigingen. Hiermee willen zij grotere bekendheid geven aan het milieu- en duurzaamheid­onderzoek dat studenten hebben uitgevoerd. De juryleden zijn afkomstig uit het milieuwerkveld, de universiteiten en het hoger onderwijs.
De prijs is vernoemd naar de schrijfster en ecoloog Rachel Carson die bekend werd door haar boek ‘Silent Spring’, uit 1962, mogelijk het eerste boek waarin de milieuproblematiek een centrale plaats inneemt. De titel is een verwijzing naar de lente van het apocalyptische jaar dat de vogels niet meer zingen doordat zij als gevolg van het gebruik van bestrijdingsmiddelen zijn uitgeroeid.

Wie mag er meedoen?
De wedstrijd staat open voor studenten aan Nederlandse universiteiten en hogescholen die tussen januari 2015 en 15 juli 2016 een scriptie hebben geschreven waarin een directe relatie tot milieu of duurzame ontwikkeling wordt gelegd. Scripties die al eerder voor deze prijs zijn ingediend worden niet in behandeling genomen. Voor deelname komen in aanmerking: bachelorscripties uit het HBO en masterscripties uit het WO. De HBO en WO scripties worden apart beoordeeld.

Wat kun je ermee verdienen?
Er worden eerst zes scripties genomineerd, drie voor HBO en drie voor WO. Deze scripties krijgen ruim aandacht tijdens de bekendmaking van de winnaar op een feestelijke bijeenkomst op het VVM bureau op 17 november 2016. De genomineerden krijgen de kans hun scriptie daar te presenteren.
Verder biedt de VVM de winnaars de mogelijkheid om een publicatie over de scriptie te verzorgen in het tijdschrift Milieu, waardoor de scripties de aandacht krijgen van de 2000 milieuprofessionals binnen de VVM. De door de jury uit de genomineerden gekozen winnaar ontvangt een nader te bepalen geldbedrag van maximaal € 500,-.

Hoe ding je mee?
De student of diens docent stuurt uiterlijk 15 juli 2016 een digitaal exemplaar (als PDF) van zijn of haar scriptie naar het bureau van de VVM. De scriptie moet tussen 1 januari 2015 en 15 juli 2016 zijn beoordeeld. Het afstudeerverslag moet vergezeld gaan van een aanbevelingsbrief van de begeleidende docent, een volledig ingevuld inschrijvingsformulier, en een bewijs van beoordeling door de opleiding.

Meer informatie >>

Bouwen aan de cirkelregio Utrecht

Tijdens de Campus Party op 27 mei hielden 12 ‘circulaire allianties’ een pitch voor hun project. De oogst: waardevolle adviezen van betrokken experts en concrete toezeggingen van bestuurders. Weer volop input om verder te werken aan de Cirkelregio Utrecht.

Op dynamische wijze pitchten 12 allianties hun project in de Circulaire Arena. Een panel van experts met zeer diverse expertise zat klaar en dacht mee over volgende stappen of mogelijke alliantiepartners, of bood aan om zelf een rol te gaan vervullen in de alliantie. Partners van de Cirkelregio Utrecht (EBU, NMU, USI, gemeente Utrecht en Amersfoort en Provincie Utrecht) namen het initiatief voor deze bijeenkomst.

Een greep uit de pitches
20160606 Circular_region_CampusParty_manKeynote speaker Egbert Vennik, co-owner/co-founder van de Van Scherpenzeel Groep, één van de snelstgroeiende groene ondernemingen van de regio, deelde zijn blik op de circulaire economie. Uitgangspunt is volgens hem: denken vanuit de grondstoffen en een zeer zuivere ‘mijn’ met een bepaalde omvang, waar deze uit te halen zijn. ‘De meeste mensen komen een ruimte binnen en zien tafels en stoelen. Sommige mensen kijken rond en zien 41 grondstoffen voor nieuwe producten.’


Natasja van den Berg
(Tertium) hield als dagvoorzitter het tempo goed hoog en gaf ruimte aan alle aanwezige allianties. Lot van Hooijdonk (Wethouder duurzaamheid gemeente Utrecht en bestuurstafel U10) trapte de pitches af met kansen die zij voor het bedrijfsleven zag op het gebied van circulaire bouw/sloop. Echt circulair bouwen gaat volgens haar slechts mondjesmaat. Van Hooijdonk roept dus op om meer goede voorbeelden te laten zien om zo inspiratie en concreet handelingsperspectief te bieden.

Vanuit het panel stelde Anjo Travaille (Bovenkamers) dat onze hersenen niet zijn ingericht op duurzaamheid – wel op sociaal wenselijk gedrag. ‘Daarom draagt het met elkaar delen van voorbeelden bij aan het normaal maken van duurzaamheid,’ zei hij. ‘Pas als duurzaamheid normaal is zullen meer mensen geneigd zijn mee te doen.’

En het gaat ook om de woordkeus, zei Erick Wuestman (Stichting Circulaire economie). Hij stelt voor om bijvoorbeeld ‘Bouw en sloop’ anders te framen. ‘Het woord ‘sloop’ heeft een negatieve klank – kapotmaken – en nodigt niet uit tot hergebruik. Kies een woord dat beter de lading dekt!’

Het begint met de juiste kennis over hoe grondstoffen opnieuw te gebruiken zijn en met ontwerpen die een later hergebruik van de grondstoffen makkelijk maken. Bas Slager (Repurpose) werkt aan deze kennis vanuit de Bouwmarktplaats: hét hergebruikplatform van Nederland. Op dit moment is 5% van de bouwmaterialen demontabel, herbruikbaar en heeft een verdienmodel. Van de overige 95% probeert de alliantie de mogelijkheden voor hergebruik te onderzoeken. ‘Maar wat je ook doet, gebruik geen purschuim,’ zei Slager. ‘Dat is de grootste vijand van de circulaire economie.’

Veel pitchers blijken nog te zoeken naar partners die mee willen werken en naar partijen die het lef tonen om op een andere manier aan te besteden. In de uitvraag komt nu niet de ‘circulair gezien meest 20160606 Circular_region_CampusParty_vrouweconomische’ aanbesteding naar voren. Lef tonen betekent: in de uitvraag voldoende ruimte laten door niet aan te sturen op specifieke oplossingen. De gemeente Amersfoort geeft aan dat de nieuwe Aanbestedingswet hier ruimte voor biedt, door de ‘Innovatieve Partnerships’ die mogelijk worden.

Rondom elk klein boompje dat geplant wordt, staan drie dode bomen om het boompje te stutten. Dit terwijl er allang alternatieven voor handen zijn om de buitenruimte duurzaam in te richten. Bert van Vuuren (Natural Plastics) laat zien dat het allang mogelijk is. Hij zoekt overheden die hiertoe bereid zijn. Wethouder Michiel van Liere wil die uitdaging in gemeente Houten graag aangaan; hij wil uitzoeken hoe dit dan in de aanbesteding moet komen. Ook zal hij zijn collega-bestuurders van de U10 op dit punt uitdagen.

Cirkelregio Utrecht heeft TNO opdracht gegeven om een impactverkenning Cirkelregio uit te voeren. Elmer Rietveld (TNO) gaf een toelichting op de circulaire kansen op Europees, landelijk en regionaal niveau. Met behulp van regionale initiatieven en bijbehorende innovaties en procesverbeteringen bepalen ze nu de potentiële economische impact. Na de zomer zullen we met dit onderzoek naar buiten komen.

Met volle kracht vooruit naar de Cirkelregio
De alliantie Cirkelregio Utrecht blijft werken aan de regionale circulaire economie. We zullen deze ontwikkelingen, zoals rondom de aanbestedingen, volgen en agenderen. Op 13 oktober bent u welkom op de vervolgbijeenkomst. We komen met nieuwe resultaten en interessante allianties.

Het eerstvolgende Circular Economy Lab vindt op 16 juni plaats in het Academiegebouw. Tijdens deze avond staat zelfvoorzienend worden in metaalgebruik centraal, aan de hand van de case circulaire aluminiumgevels.

(dit nieuwsbericht is overgenomen van de NMU: http://www.nmu.nl/nieuws/bouwen-aan-cirkelregio-utrecht/)

Duurzame Dinsdag – koffer open voor alle duurzame ideeën

20160530 Duurzame Dinsdag AlgemeenBeeld_Online_LRTot 15 juni verzamelt Duurzame Dinsdag inspirerende en innovatieve ideeën uit de samenleving op duurzamedinsdag.nl. Die ideeën worden op de eerste dinsdag van september aangeboden aan het kabinet. Op deze dag neemt Staatssecretaris Dijksma de koffer met ideeën in ontvangst. Dit koffertje is de afgelopen 18 jaar een icoon geworden: een icoon dat de duurzame samenleving verbindt aan de politiek. De beste ideeën krijgen die dag letterlijk een publiek en politiek podium.

Indieners maken kans op één van de zes prijzen, die worden toegekend door een jury onder leiding van Maurits Groen:

  • Greenchoice Energieprijs, voor het beste idee hoe Nederlanders dichtbij huis écht baas worden over hun eigen energie;
  • ENGIE Jongerenprijs, voor jongeren <30 met een duurzaam idee op het gebied van technologie;
  • VHG Groenprijs, voor mensen die met hun idee of initiatief groen naar de buurt brengen;
  • NS Reis mee-prijs, voor het beste idee dat bijdraagt aan meer duurzaam reizen;
  • Asito Sociale-innovatieprijs, voor mensen die met hun initiatief mensen bij elkaar brengen;
  • Lidl Voedselprijs, voor ideeën op het gebied van voedsel.

Alle ideeën krijgen een plek in de koffer, ook ideeën die niet binnen één van de thema’s vallen. Niet alleen prijswinnaars, maar ook andere innovatieve en inspirerende initiatieven worden een stapje verder geholpen. Duurzame Dinsdag biedt toegang tot een breed netwerk aan professionals en andere initiatiefnemers. Samen verbinden, versnellen en versterken we mensen en hun ideeën.

 

De Utrechtse interactietafel – resultaat van het Smart Sustainable Districts project

De Utrechtse interactietafel maakt het mogelijk om de stad van de toekomst gezamenlijk te ontwerpen. Door middel van gaming, storytelling en persoonlijke interactie kunnen stedenbouwkundigen en bewoners samenwerken aan duurzame stedelijke (her)ontwikkeling. De Utrechtse interactietafel is ontwikkeld om de betrokkenheid van bewoners te stimuleren in de duurzame transformatie van Utrecht Het Nieuwe Centrum. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van data en duurzame oplossingen die resulteren uit het Climate-KIC project Smart Sustainable Districts.

De belangrijkste prioriteiten voor de duurzame transformatie van Utrecht Het Nieuwe Centrum zijn:

  • Hybride systemen voor verwarmen en koelen op gebiedsniveau
  • Lokaal gebruik van lokaal opgewekte hernieuwbare elektriciteit
  • Groen, klimaatbestendig en aantrekkelijk gebied
  • Duurzame en actieve persoonlijke mobiliteit

Kijk voor meer informatie over het project Smart Sustainable Districts op www.ssd-utrecht.nl.

Terugblik: Utrechtse innovaties in de spotlight tijdens Innovation Expo 2016

De regio Utrecht werkt aan de stad van de toekomst: een schone, gezonde en duurzame leefomgeving. Tijdens de Innovation Expo op 14 april 2016 stonden Utrechtse innovatieve oplossingen op het gebied van duurzame verstedelijking in de spotlight. Aan de hand van twee gebieden in Utrecht, het Science Park en Het Nieuwe Centrum, werden innovaties zoals Smart Solar Charging, slimme glasvezeltechnologie, fiets- en wandelbeleving in de stad en de Utrechtse interactietafel gepresenteerd.

Bekijk het overzicht van de Utrechtse innovaties op het Science Park en in Het Nieuwe Centrum.

Bekijk de videoreportage:

Samenwerking met Slimme & Gezonde Stad
Voor deelname aan de Innovation Expo heeft Utrecht de krachten gebundeld met het programma Slimme en  Gezonde Stad van het Ministerie van I&M en Rijkswaterstaat. Met de Future City Experience lieten Utrecht en Slimme Gezonde Stad zien hoe innovatieve oplossingen en excellente kennis toegepast worden in een samenwerkend netwerk van living labs om de ambitie van de stad van de toekomst te realiseren. Deze stad is klimaatbestendig, energieneutraal en aantrekkelijk om te wonen, te werken en te verblijven. Interactie, participatie, gezondheid en beweging staan centraal dankzij innovaties en slimme ontwerpen voor openbare ruimte en infrastructuur.

Over de Innovation Expo
De Innovation Expo trok op 14 april 2016 meer dan 5500 bezoekers naar 200 stands en 25 drukbezochte bijeenkomsten. De Europese ministers van Transport en Milieu, leden van de Europese commissie en drie grote buitenlandse handelsdelegaties brachten een bezoek aan de Expo. Minister-president Rutte interviewde zeven innovatoren en minister Kamp van EZ kwam op een 3d-geprinte fiets en opende het biobased huis. De filmimpressie en alle deelnemers zijn terug te zien op www.innovatie-estafette.nl.

Jacqueline Cramer: ‘KIJK BETER NAAR DE VERSCHILLENDE VORMEN VAN BODEMENERGIE’

NVDE | 12 mei 2016

Van warmte-koudeopslag tot aardwarmte. Bodemenergie is onmisbaar bij de energietransitie. In 2020 wil de overheid 20.000 bodemenergiesystemen in werking hebben. Toch spelen er zorgen. Het wordt steeds drukker in onze bodem, en hoe zit het met de risico’s op grondwatervervuiling?

Momenteel wordt gewerkt aan de Structuurvisie Ondergrond (STRONG), waar deze discussie centraal staat. Ex-minister en hoogleraar Duurzaam Innoveren Jacqueline Cramer waarschuwt voor het gebrek aan nuance hierin. Als minister van VROM was ze al een voorvechter van bodemenergie. Nu als hoogleraar en strategisch adviseur bij het Utrecht Sustainability Institute staat deze vorm van energie nog steeds hoog op haar agenda. ‘Laten we niet alle begrippen op één hoop gooien.’

Welke impact beoogt u in uw huidige rol te hebben op de energietransitie?
“Met het Utrecht Sustainability Institute werken we samen met het bedrijfsleven, de overheid en andere sociale partners om duurzaamheidskennis te integreren en toe te passen. Zo hebben we heel erg ingezet op de verduurzaming van de Utrechtse regio. Een belangrijk voorbeeld daarin is het stationsgebied. Bij de verbouwing van Hoog Catharijne en het station is er een groot warmte-koudeopslagsysteem(wko) onder de grond aangelegd. Nu wordt de renovatie van de Jaarbeurszijde voorbereid. Wij zijn daarbij betrokken en ontwikkelen samen met betrokken partijen een strategie voor de duurzame energievoorziening inclusief uitbreiding van het wko systeem. Het gaat daarbij niet alleen om de Jaarbeurs zelf maar ook om het hele gebied, waaronder kantoor- en woningbouw. Het Utrecht Sustainability Institute is vooral als kennismakelaar verbonden om de visie en strategie te helpen formuleren en de juiste kennis te mobiliseren hoe de Jaarbeurs voorzien kan worden uit duurzame energie.”

Welke rol speelt bodemenergie in de energietransitie volgens u?
“De rol van bodemenergie in de energietransitie is heel belangrijk. Dat staat ook duidelijk in het energieakkoord. Van woningbouw, glastuinbouw tot kantoorcomplexen, ze zijn allemaal geschikt voor toepassing van wko’s. Als minister hield ik al het pleidooi dat bodemenergie een vergeten bron van energie is. In die periode heb ik mij ingezet om deze vorm van energie een boost te geven. Ik heb daarvoor in 2009 de taskforce wko opgezet, die met het advies ‘Groen Licht voor bodemenergie’ meer aandacht voor wko’s vroeg zodat er een versnelling zou ontstaan. Die versnelling is er sindsdien gekomen. Bodemenergie is de laatste jaren enorm gegroeid, daar ben ik heel tevreden mee.”

Waarom liep het daarvoor niet?
“Uit het werk van de taskforce werd vooral duidelijk dat bodemenergie belemmerd werd door de voorwaarden, de procedures. We keken hoe we die konden versnellen. Daarvoor hebben we bodemenergiesystemen in drie categorieën verdeeld: een stoplichten systeem: waarbij de rode systemen de meeste risico’s hebben en de oranje en groene systemen respectievelijk minder en minst risicovolle systemen zijn. Voor die laatste categorie hebben we snellere procedures gevonden zodat ze niet meer vertraagd worden. Tot dusver viel namelijk alles in de rode categorie. Ik ben echt een ambassadeur geweest voor bodemenergie. De business case van bodemenergie was destijds veel beter dan bijvoorbeeld die van zonnepanelen. En nu is het dus een belangrijk deel van de energietransitie. Ze rekenen erop in het energieakkoord en een volgende boost is dus op zijn plaats. Maar we moeten wel met elkaar duidelijk afspreken over welke bodemenergie we het nu precies hebben.”

Hoe bedoelt u?
“We moeten heel duidelijk voor ogen hebben wat de definitie inhoudt. In 2009 hebben we die definitie opgesteld: bodemenergie bestaat uit alle duurzame technieken die energie uit de bodem halen. Dus dat zijn zowel de ondiepe systemen als diepe geothermie. De ondiepe technieken kun je weer onderverdelen in open wko’s en gesloten bodemwarmtewisselaars. Deze verschillen onderling in risicoprofiel. Geothermie kun je onderverdelen in diepe en ultradiepe systemen, waarbij de laatste diep in bodemlagen komen, de aardkorst verstoren, om daar elektriciteit te halen uit heet water. Elk van deze verschillende categorieën heeft een eigen risicoprofiel. Die risico’s moeten we goed in beeld brengen. Helaas worden ze nu vaak allemaal op één hoop gegooid en door elkaar gebruikt, terwijl de risico’s zo enorm verschillen.”

We moeten dus volgens u meer nuance vinden als we het hebben over bodemenergie?
“Ja dat is zeker belangrijk. Ultradiepe geothermie is echt heel wat anders dan een wko in de binnenstad van Amsterdam. Als je kijkt naar de teksten die we gebruiken zie je dat de verschillende termen vaak door elkaar worden gebruikt. We moeten consequent kijken naar welke systemen we het nu precies over hebben en welke risico’s daar aan vastzitten. Daar heb ik wel mijn zorgen over.”

Als minister sloeg u met uw beleid al een brug tussen economie en milieu. In de Structuurvisie Ondergrond staat weer de discussie tussen exploitatie en milieu centraal. Hoe moet Nederland de balans hierin zoeken?
“Grondwater is voor ons natuurlijk verschrikkelijk belangrijk. De angst voor vervuiling is terecht. Een kleine vervuiling in het grondwater kan enorme gevolgen hebben. In de discussie rond de STRONG is men heel scherp. Het wordt immers steeds drukker in de bodem. Kan het allemaal wel naast elkaar bestaan? Ik respecteer hun roep om voorzichtig om te gaan met onze bodem. Tegelijk mag het niet zo zijn dat ons grondwater zodanig belangrijk is dat niks anders meer mag. Dan gooi je het kind met het badwater weg.”

Hoe maak je uiteindelijk de afweging?
“Ik denk echt dat we scherper moeten kijken naar welke categorie bodemenergie we willen toepassen en welke risico’s bij dat bepaalde systeem horen. De systemen moeten dan voldoen aan strikte richtlijnen, die ervoor zorgen om de kans op verontreiniging van het grondwater tegen te gaan. Elke ingreep van de bodem moet voldoen aan die richtlijnen. Samen met certificering zorg je er zo voor dat je zeker weet dat ze door professionals worden aangelegd en dat er geen houwtje touwtje systeem wordt gebouwd.”

Wat moet er allemaal gebeuren om de kwantitatieve potentie van bodemenergie te mobiliseren?
“Bodemenergie is best wel in trek. Kostentechnisch is het een interessante optie en je ziet dat steeds meer regio’s, wijken en steden vragen om bodemenergie om hun doelstellingen te halen. Als we de ontwikkelingen willen doorzetten moeten we richtlijnen hanteren rond specifieke systemen en de risico’s die ze hebben. En daarvoor moet dus duidelijk zijn over welke systemen we het hebben. Als we alles op één hoop gooien en uitgaan van dezelfde risico’s zijn we weer in één klap terug bij af. Ik ben natuurlijk totaal geen voorstander van onzorgvuldig handelen maar we moeten niet te snel oordelen.”

Lees meer over bodemenergie:
Het advies van de taskforce wko’s ‘Groen licht voor bodemenergie
Het visiedocument van BodemenergieNL ‘Bodemenergie, de onmisbare schakel in de energietransitie

Utrecht SBE16: ‘Technologische kennis hebben we genoeg, ons gedrag moet anders’

Een duurzame stedelijke omgeving was het thema van de internationale SBE16 conferentie Sustainable Built Environment – Transition Zero. Een conferentie in de SBE-serie, de opmaat naar de
wereldconferentie in Hong Kong in 2017. De Nederlandse SBE16 vond plaats in Utrecht van woensdag 6 tot en met vrijdag 8 april en werd, onder onder auspiciën van de EU, georganiseerd door Hogeschool Utrecht in samenwerking met de hogescholen Zuyd, Avans, InHolland, Saxion, Rotterdam en de Haagse Hogeschool én enkele regionale partners.

Tijdens de conferentie werden de ruim 200 bezoekers bijgepraat over de nieuwste inzichten en toepassingen op het gebied van duurzaam bouwen, wonen en leven. Getuige de positieve reacties (waarderingscijfer 8) kunnen we met tevredenheid terugkijken op deze tweedaagse conferentie.

Op de eerste dag kregen de bezoekers een rondleiding langs enkele aansprekende Utrechtse projecten zoals LomboXnet en CU2020, het innovatieve renovatieproject van het Utrechtse stationsgebied. De tweede en derde dag waren gevuld met plenaire en break-outsessies. Sprekers, onder wie minister van Wonen Stef Blok, EU-parlementariër Gerben-Jan Gerbrandy, de Britse architect en expert op het gebied van klimaatneutraal bouwen Bill Dunster, HU-lector New Energy in the City Ivo Opstelten en vele anderen deelden hun visie op duurzaam wonen, de circulaire economie en de uitdagingen waar we voor staan om een duurzame en gezonde stedelijke omgeving te realiseren. Dagvoorzitters waren Frits Verheij, bestuurslid van de TKI Urban Energy, en Jacqueline Cramer, strategisch adviseur bij het Utrecht Sustainability Institute.

Naast het plenaire programma waren er op 7 en 8 april 36 thematische break-outsessies waar de deelnemers onder meer discussieerden over upscaling, governance, small urban areas, governance en circular processes. Mooie presentaties van best practices vonden plaats in de sessie rond European projects. Op vrijdag vond ook het Young Professionals Event (YPE) plaats. Tijdens dit onderdeel streden vijf studententeams van verschillende hogescholen om de Zero Transition Award. Winnaar werd het team van Hogeschool Zuyd dat een plan presenteerde om de wijk Vrieheide in Heerlen te transformeren naar een prachtwijk. Hiermee won het team € 5.000,-. De publieksprijs was voor het team van de Haagse Hogeschool. Vanwege het succes ervan, zal het YPE een jaarlijks terugkerend event worden.

De afsluitende lezing van de conferentie werd gehouden door de toonaangevende ecologisch architect Thomas Rau, die ons voorhield dat we radicaler en anders moeten denken om de huidige problemen op te lossen. ’Energie is er genoeg net als technische oplossingen; wij als mensen en hoe we ons gedragen, dat is het probleem’.

Een selectie van de presentaties van deze Utrecht SBE16 conferentie zal worden voorgesteld voor het programma van de SBE wereldconferentie in Hong Kong 2017.

Kijk voor de foto’s, de presentaties van sprekers en sessieleiders, de video-opnames van het plenaire programma en het Young Professionals Event, alsmede de SBE16-conferentiepublicatie met alle papers op de conferentiesite: www.hu-conferenties.nl/sbe16.

Circular Economy Lab 13: Zelfvoorzienend worden in metaalgebruik: kan dat? De case circulaire aluminiumgevels als voorbeeld.

Metalen zijn niet-vernieuwbare grondstoffen die slechts een keer uit de aarde gehaald kunnen worden. Daar staat tegenover dat ze vrijwel oneindig herbruikbaar zijn en daarom een interessante stroom voor recycling. Vanwege de hoge waarde van metaalafval is er een handel op wereldschaal ontstaan en verdwijnt er veel schroot uit Europa. Hierdoor is Europa aangewezen op het gebruik van nieuwe materialen en grondstoffen. In het kader van voorzieningszekerheid van grondstoffen zou het beter zijn om metalen meer hier te gaan recyclen. Waarom gebeurt dit niet? En hoe kunnen we de kringloop van bijvoorbeeld gevelaluminium (en andere metalen) uit de bouw Europees gesloten krijgen?

Het doel van deze bijeenkomst is om een strategie te formuleren hoe we in Europa, en daarmee beginnend in Nederland, binnen onze economie zelfvoorzienend kunnen zijn in metaal(her)gebruik aan de hand van de case gevelaluminium.

Het dertiende Circular Economy Lab draait dan ook om de volgende vragen:

  • Hoe kunnen we de voorzieningszekerheid van aluminium en andere metalen vergroten door meer metalen hier in Europa, te beginnen in Nederland, te gaan recyclen voor hergebruik?
  • Hoe kunnen we aluminium toepassing in de gebouwde omgeving zo realiseren (ontwerp, gebruik, financieel arrangement), dat circulair materiaalbeheer mogelijk wordt (ketenverantwoordelijkheid)?

Deze bijeenkomst wordt georganiseerd door AluEco en het Utrecht Sustainability Institute op donderdagavond 16 juni 2016 in het Academiegebouw, Domplein, Utrecht.

Wij nodigen u van harte uit om hierbij aanwezig te zijn.
Bekijk het programma of meld u direct aan voor deze bijeenkomst.

Autofabrikant Renault partner van Utrechtse wereldprimeur Vehicle-to-Grid

Een regionaal energiesysteem met duizend laadpunten, evenzovele elektrische auto’s en tienduizend gekoppelde zonnepanelen. Dat is de ambitie van vijftien Utrechtse gemeenten voor ‘Vehicle-to-Grid’. Hiermee kunnen elektrische auto’s uit zon opgewekte elektriciteit zowel laden als opslaan voor later gebruik. Autofabrikant Renault tekende vrijdag tijdens de Economische Missie Frankrijk, in bijzijn van het Nederlandse Koningspaar, een intentie om partner te worden van het project in de gemeente Utrecht. 20160311COMMSTEDIN_ondertekening_V2G_Renault_Parijs_500px

Lees het volledige persbericht (Stedin).

Van het bezoek van het Koningspaar aan de Innovatie Parade in Parijs is een kort videoverslag gemaakt.
Met een kort interview met Robin Berg van LomboXnet over het belang en de potentie van Smart Solar Charging:

Zondag 13 maart werd in de uitzending van VPRO Tegenlicht “De Doorbraak van Duurzaam”uitgebreid aandacht besteed aan Smart Solar Charging.
Bekijk hieronder het fragment of bekijk de gehele uitzending.